Ruwvoer & vezels
Hoeveel ruwvoer moet een paard per dag krijgen?
Een paard heeft minimaal 1,5 tot 2% van zijn lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag nodig. Voor een paard van 600 kg is dat 9 tot 12…
FEI Official Nutrition Partner — voer, supplementen en verzorging op maat van je paard
+32 (0)9 220 25 25Ruwvoer & vezels
Cavalor voedingsadvies 4 min lezen Bijgewerkt 10 april 2026
Kort antwoord
Vermenigvuldig het lichaamsgewicht met 1,5 tot 2% — dat is de minimale ruwvoerbehoefte in droge stof per dag. Een paard van 600 kg heeft dus 9 tot 12 kg droge stof nodig. Reken daarna terug naar het product: hooi bevat 85 tot 90% droge stof, vers gras maar 20 tot 25%, dus van gras is veel meer nodig voor dezelfde hoeveelheid. Verhoog bij intensieve training, koud weer, dracht of groei.
Ruwvoer vormt de hoeksteen van elke gezonde paardenvoeding. Het bepaalt niet alleen de dagelijkse structuur van je paard, maar ook zijn spijsvertering, gedrag en algehele welzijn. Toch worstelen veel paardeneigenaren met de vraag: hoeveel ruwvoer heeft mijn paard eigenlijk nodig?
De juiste hoeveelheid ruwvoer berekenen is geen kwestie van giswerk. Het vereist inzicht in de behoeften van je paard en kennis van de verschillende factoren die deze behoeften beïnvloeden. Met de juiste aanpak zorg je ervoor dat je paard optimaal functioneert en gezond blijft.
Ruwvoer is essentieel voor de natuurlijke spijsvertering van paarden. Hun darmstelsel is ontwikkeld om continu kleine hoeveelheden vezelrijk voer te verwerken. Hooi en gras bevatten de vezels die nodig zijn voor een gezonde darmflora en een stabiele maagzuurproductie.
Zonder voldoende ruwvoer ontstaan er snel problemen. De maag produceert continu zuur, ook als er geen voer aanwezig is. Dit kan leiden tot maagzweren en ongemak. Daarnaast zorgt ruwvoer voor de nodige kauwactiviteit, wat belangrijk is voor de tandgezondheid en de speekselproductie.
De psychologische aspecten zijn net zo belangrijk. Paarden besteden in de natuur 16 tot 18 uur per dag aan eten. Voldoende ruwvoer voorkomt verveling en stereotiep gedrag, zoals kribbebijten of weven.
Het lichaamsgewicht van je paard vormt de basis voor alle voedingsberekeningen. Een paard heeft dagelijks minimaal 1,5 tot 2 procent van zijn lichaamsgewicht aan ruwvoer nodig. Voor een paard van 600 kilogram betekent dit 9 tot 12 kilogram droge stof per dag.
De werkintensiteit speelt een belangrijke rol bij de totale voedingsbehoefte. Paarden in zware training hebben meer energie nodig, maar de ruwvoerbasis blijft hetzelfde. Het verschil wordt meestal aangevuld met kwalitatief paardenvoer , niet door het ruwvoer te verminderen.
Oudere paarden hebben vaak andere behoeften. Hun kauwen kan minder efficiënt zijn, waardoor gehakseld hooi of weidehooi beter geschikt is. Jonge paarden in de groei hebben daarentegen een hogere energiebehoefte per kilogram lichaamsgewicht.
In de winter hebben paarden meer energie nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Kwaliteitsvol ruwvoer kan een deel van deze extra energiebehoefte dekken. Ook de beschikbaarheid van gras speelt mee: tijdens het weideseizoen kan vers gras een groot deel van de ruwvoerbehoefte dekken.
Begin met het vaststellen van het lichaamsgewicht van je paard. Een weegbrug geeft de meest nauwkeurige meting, maar een meetlint kan ook een goede schatting geven. Vermenigvuldig dit gewicht met 1,5 tot 2 procent voor de minimale ruwvoerbehoefte in droge stof.
Hooi bevat ongeveer 85 tot 90 procent droge stof, vers gras slechts 20 tot 25 procent. Dit betekent dat je de berekende hoeveelheid droge stof moet omrekenen naar de werkelijke hoeveelheid voer. Voor 8 kilogram droge stof heb je ongeveer 9 kilogram hooi nodig, of 32 kilogram vers gras.
Verdeel de dagelijkse hoeveelheid over meerdere porties. Idealiter krijgt je paard elke 3 tot 4 uur een portie ruwvoer. Dit bootst de natuurlijke eetpatronen na en voorkomt lange periodes zonder voer.
De meest voorkomende fout is het onderschatten van de benodigde hoeveelheid ruwvoer. Veel eigenaren denken dat een paar plukjes hooi voldoende zijn, vooral als ze krachtvoer bijvoeren. Dit is een misvatting die kan leiden tot spijsverteringsproblemen en gedragsstoornissen.
Een andere veelvoorkomende fout is het plotseling veranderen van ruwvoertype. Ga je over van hooi naar kuilvoer, of van het ene naar het andere hooi? Doe dit geleidelijk, over een periode van 7 tot 10 dagen. De darmflora heeft tijd nodig om zich aan te passen aan nieuwe voedingsbronnen.
Let ook op de kwaliteit van het ruwvoer. Muf, stoffig of schimmelig hooi kan meer kwaad dan goed doen. Controleer altijd de geur, kleur en textuur voordat je het verstrekt. Goed hooi ruikt fris en heeft een groene kleur.
Gebruik hooiruiven of slowfeeders om de eetsnelheid te vertragen. Dit vergroot de kauwactiviteit en verlengt de eettijd, wat beter aansluit bij de natuurlijke behoeften van je paard. Bovendien voorkom je verspilling en blijft het hooi schoner.
Monitor het eetgedrag van je paard regelmatig. Een paard dat zijn ruwvoer niet opeet, kan problemen hebben met zijn tanden, gezondheid of stress. Daarentegen kan een paard dat te snel eet, baat hebben bij een slowfeeder of kleinere porties.
Houd rekening met de weersomstandigheden bij buitenopslag. Bescherm hooi tegen regen en vocht, en zorg voor voldoende ventilatie. Slecht bewaard hooi verliest niet alleen voedingswaarde, maar kan ook gevaarlijke schimmels ontwikkelen.
Cavalor begrijpt dat elke voedingsstrategie begint met een solide ruwvoerbasis. Onze voedingsexperts helpen je bij het opstellen van een compleet voedingsplan dat perfect aansluit bij de ruwvoerbehoefte van jouw paard. We kijken naar de volledige voedingsketen, van ruwvoer tot aanvullende supplementen.
Met onze wetenschappelijk onderbouwde aanpak zorgen we ervoor dat je paard krijgt wat het nodig heeft:
Wil je zeker weten dat je paard de juiste voeding krijgt? Neem contact op met onze voedingsspecialisten voor een persoonlijk adviesgesprek en ontdek hoe je samen met Cavalor de gezondheid en prestaties van je paard kunt optimaliseren.
Let op het eetgedrag, de mestproductie en het algehele welzijn van je paard. Een paard dat voldoende ruwvoer krijgt, produceert regelmatig mest, vertoont geen stereotiep gedrag en heeft een stabiele conditie. Als je paard onrustig wordt, veel drinkt of juist weinig mest produceert, kan dit duiden op een tekort aan ruwvoer.
Nee, de minimale ruwvoerbehoefte van 1,5-2% van het lichaamsgewicht moet altijd gehandhaafd blijven. Krachtvoer is een aanvulling op ruwvoer, geen vervanging. Het verminderen van ruwvoer ten gunste van krachtvoer kan leiden tot maagzweren, koliek en gedragsproblemen.
Gebruik slowfeeders, hooiruiven of hooknetten met kleinere mazen om de eetsnelheid te vertragen. Je kunt ook de dagelijkse portie verdelen over meer momenten, bijvoorbeeld elke 2-3 uur een kleinere hoeveelheid. Dit bevordert de natuurlijke kauwactiviteit en speekselproductie.
Maak de overgang geleidelijk over 7-10 dagen. Begin met 25% nieuw ruwvoer en 75% oud ruwvoer, verhoog elke 2-3 dagen het percentage nieuw ruwvoer. Monitor je paard op veranderingen in eetlust, mestconsistentie en gedrag tijdens deze overgangsperiode.
De basisregel van 1,5-2% van het lichaamsgewicht geldt voor alle rassen, maar sommige rassen hebben specifieke behoeften. Lichtbloedige rassen kunnen gevoeliger zijn voor voedingsveranderingen, terwijl trekpaarden vaak meer ruwvoer kunnen verdragen. Overleg met een voedingsspecialist voor rasspecifiek advies.
Bewaar hooi droog, donker en goed geventileerd op pallets of roosters om vocht van onderaf te voorkomen. Controleer regelmatig op schimmel, muffe geuren of verkleuring. Kuilvoer moet luchtdicht bewaard worden en na opening binnen 3-5 dagen gebruikt worden om bederf te voorkomen.
Ruwvoer & vezels
Een paard heeft minimaal 1,5 tot 2% van zijn lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag nodig. Voor een paard van 600 kg is dat 9 tot 12…
Ruwvoer & vezels
Ruwvoer weegt zwaarder dan krachtvoer omdat het paardenlichaam erop gebouwd is: paarden grazen van nature tot 18 uur per dag…
Ruwvoer & vezels
Ruwvoer is geen bijzaak maar het fundament van het rantsoen: het houdt de darmflora in stand, buffert maagzuur via speeksel en…
Van kennis naar rantsoen
Vertel wat je paard doet en wat het nu krijgt. Een voedingsadviseur kijkt mee en zegt eerlijk wat er beter kan — ook als dat niets kost.